Groningen

Visie

GasTerra heeft de drie bekende pijlers van maatschappelijk ondernemen People, Planet, Profit vertaald in Gas, Groen en Groningen. De keuze voor Groningen ligt voor de hand. We vinden het heel belangrijk om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de lokale samenleving waarvan we deel uitmaken. Dit doen we door te participeren in verschillende projecten en initiatieven, waarbij vergroening van onze samenleving centraal staat, zoals Duurzaam Ameland en EnTranCe. Daarnaast sponsort GasTerra verschillende activiteiten op sportief, cultureel, educatief en maatschappelijk gebied.

Na de oprichting van GasTerra als zelfstandig bedrijf in 2005 lag de nadruk in het sponsoringbeleid op activiteiten en projecten die de naamsbekendheid van de nieuwe onderneming in de regio konden verhogen. Belangrijkste voorbeeld hiervan is de financiële steun aan de Groningse professionele basketbalclub Donar. Door de naam van ons bedrijf aan het team te verbinden (GasTerra Flames), genereerden we in die tijd maximale publiciteit. Uit extern onderzoek is gebleken dat deze aanpak succesvol is geweest. GasTerra is inmiddels een vaste en bekende waarde in de Groningse gemeenschap.

Nu de naamsbekendheid op een voldoende hoog niveau is beland, verleggen we onze aandacht naar het benadrukken van onze economische betekenis en het uitdragen van onze visie op het energie- en klimaatvraagstuk. Dit brengen we onder meer in de praktijk met de campagne ‘GasTerra Doet’. Binnen dit thema zijn vijf subthema’s benoemd: GasTerra inspireert, GasTerra verduurzaamt, GasTerra onderzoekt, GasTerra handelt en GasTerra verbindt. Afhankelijk van een activiteit gaat GasTerra onder andere op de website dieper in op een subthema om zijn rol in de samenleving onder de aandacht te brengen.

Daarnaast verleggen we onze aandacht naar maatschappelijke sponsoring. Deze koerswijziging houdt verband met veranderingen in de samenleving en met de eisen die wij stellen aan onze maatschappelijke rol. Van de gemeenschap wordt meer en meer gevraagd dat zij zelf verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit en leefbaarheid van haar leefomgeving. De verzorgingsstaat krijgt daardoor een ander, soberder karakter. Ondernemingen kunnen en moeten de leemte die daardoor ontstaat, niet opvullen, maar kunnen wel helpen om de overgang naar wat inmiddels bekend staat als de participatiesamenleving te vergemakkelijken. 

Bovendien is GasTerra in 2015 gestart met het project ‘GasTerra voor Groningen’ waarbij we onderzoeken hoe we – naast sponsoring en donaties – een bijdrage kunnen leveren aan een structurele versterking van de Groningse economie. Daarbij hebben we ook oog voor het verbeteren van ons imago, het imago van gas en de kennis over de rol van GasTerra in de provincie Groningen.   

Sponsoring

Als Gronings bedrijf richten we ons primair op de stad en regio. We sponsoren verschillende activiteiten op het gebied van sport, cultuur, educatie en maatschappij. Dit dient ook een bedrijfseigen doel. We willen hiermee de naam van de onderneming en de rol die wij lokaal en internationaal spelen, onder de aandacht te brengen.

GasTerra moet de komende jaren reorganiseren om – bij veranderende markomstandigheden - ook in de toekomst de waarde van het Nederlandse aardgas te blijven maximaliseren. Dit betekent dat het sponsor- en donatiebudget de komende jaren zal verminderen. Niettemin zien we steeds meer sponsoraanvragen op ons afkomen. Dit zorgt ervoor dat we keuzes moeten maken om meerdere partijen (financieel) te kunnen ondersteunen. Ook vinden we het belangrijk om een initiatief op weg te helpen, waarna het zelfstandig of met andere partners verder kan gaan. Om die reden namen we in 2015 afscheid van enkele partners en startten we de samenwerking met anderen. 

In 2015 gaven we 700.000 euro uit aan sponsoring en donaties (in 2014: 900.000 euro). Samen met Gasunie is GasTerra via de Stichting Fondsbeheer Culturele Relatie Evenementen vaste sponsor van het Groninger Museum. Daarnaast onderhouden we sinds 2010 een partnerschap met het Prins Claus Conservatorium. Initiatieven die in 2015 weer konden rekenen op financiële steun van GasTerra, waren onder andere de Walk for Life (kankerbestrijding), GasTerra Ladies Run (Pink Ribbon), diverse liefdadigheidsinstellingen waaronder Voedselbank en Humanitas voor de armoedebestrijding in Groningen en het Tschumipaviljoen, een openbare ruimte waar projecten op het gebied van kunst, beeldcultuur, video en architectuur worden getoond.

Voor het laatst sponsorden we Streetball Groningen en het popevenement Eurosonic Noorderslag. GasTerra ondersteunde het gratis toegankelijke openluchtfestival Eurosonic Air op de Grote Markt in Groningen en een wedstrijd van lokale, Groningse bands (Grunnsonic). Ook namen we na vijf edities afscheid van het Peter de Grote Festival, een cultureel evenement waarbij jonge getalenteerde musici meer dan vijftig kamermuziekconcerten op diverse karakteristieke locaties in de drie noordelijke provincies geven.

Vorig jaar zijn we een samenwerking aangegaan met het Huis voor de Sport, dat bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs in de provincie Groningen mogelijk maakt. Daarnaast is GasTerra partner geworden van Stichting De Brug, die sportieve activiteiten organiseert voor mensen met een verstandelijke beperking, waaronder de Special Olympics in Groningen. Hierbij bieden GasTerra-medewerkers de helpende hand door als vrijwilliger mee te werken. 

Interview met Andreas Blühm, directeur Groninger museum

Interview met Andreas Blühm, directeur Groninger museum

Andreas Blühm is geboren op 18 februari 1959 in Berlijn en groeide op in Bremen. Hij studeerde kunstgeschiedenis aan de Eberhard-Karls-Universiteit in Tübingen en de Vrije Universiteit Berlijn. Sinds 2012 is hij directeur van het Groninger Museum. Daarvóór had hij al een lange loopbaan in de museumwereld achter de rug. Blühm werkte van 1993-2005 in het Van Gogh Museum in Amsterdam, waar hij Hoofd Presentatie was en verantwoordelijk voor het tentoonstellingsbeleid. Vanaf 2005 was hij directeur van het Wallraf-Richartz-Museum & Fondation Corboud in Keulen.

Lees het interview met Andreas Blühm

Interview met Andreas Blühm, directeur Groninger museum

Wij willen verwonderen en uitnodigen tot meningsvorming

Andreas Blühm

De stad Groningen beschikt over een museum met internationale allure: het Groninger Museum. Van heinde en verre trekt het bezoekers, die niet alleen voor de collecties en exposities komen, maar ook om zich te vergapen aan de uitzonderlijke architectuur van de gebouwen die het museum zijn kleurrijke en moderne uiterlijk verlenen en Groningen zijn landmark.

GasTerra is met Gasunie al sinds de stichting als hoofdsponsor met het Groninger Museum verbonden. We interviewden de directeur, Andreas Blühm.

Op het moment dat deze tekst wordt geschreven, loopt de expositie David Bowie is … in het Groninger Museum. Deze tentoonstelling deed eerder steden als Londen, Parijs, Berlijn en Melbourne aan. Wie meent dat Groningen in dat rijtje enigszins misstaat, is duidelijk een buitenstaander. Het museum hoefde er geen speciale moeite voor te doen om de Bowie-expositie binnen te halen. Zij werd door de samenstellers van het Victoria and Albert Museum in Londen aan Andreas Blühm aangeboden.

David Bowie is… is een van de spraakmakende evenementen die het Groninger Museum in de loop der jaren heeft georganiseerd, maar klappers zoals deze zijn zeldzaam. Er wordt een publiek mee bereikt dat normaal gesproken de weg naar een museum maar moeilijk weet te vinden. En dat is nu juist bij uitstek de ambitie van de kunsthistoricus Blühm, die hier sinds 2012 de scepter zwaait: nieuw publiek interesseren. Hij hoefde dus niet lang na te denken, toen het aanbod hem bereikte.

Wat trekt u zo aan in de stad Groningen en zijn museum?

‘Ik ken Groningen goed. Omdat ik in Bremen ben opgegroeid, kwam ik er al vroeg. Mijn beste vriend is hier blijven hangen na zijn studie; mijn vrouw komt uit Groningen. Ik was in 1994 bij de opening van het museum, als gast. Ik was toen al vol enthousiasme en verbijstering: hoe is het mogelijk dat ze hier zo’n museum kunnen bouwen.’

Voor wie het niet kent: het museum is op zichzelf al een spraakmakend kunstobject, een opvallende mengeling van verschillende stijlen, waarmee het in feite symbool staat voor alles wat binnen te bewonderen is. Variatie kenmerken collectie en tentoonstellingen: van archeologie en oude meesters tot porselein en moderne abstracte kunst, van mode tot meer traditionele vormen van beeldende kunst, van de grafische experimenten van Werkman tot de kameleon Bowie. Mede daarom past dit museum zo goed bij de directeur. Hij vindt, naar eigen zeggen, alles op kunstgebied interessant.

Wat bracht u ertoe over te stappen naar Groningen?

‘De gelegenheid natuurlijk. Mijn vrouw en ik wilden wel terug naar Nederland en er was hier een vacature. Het museum maakte op dat moment een financiële crisis door. Niet fijn voor het museum maar wel voor een nieuwe directeur, want (lacht) het kan alleen maar beter. Een voetbaltrainer moet nooit een kampioen overnemen, maar altijd een degradatiekandidaat.’

Was er veel achterstallig onderhoud?

 ‘Valt wel mee. Eigenlijk hoefde er niet zoveel te veranderen. Het museum was goed, het creatieve beleid was in orde, het programma was boeiend en divers. Dat heb ik zo goed mogelijk proberen voort te zetten. Ik heb mij vooral beziggehouden met relatief kleine dingen zoals de bewegwijzering binnen het museum, de uitleg en het taalgebruik en educatie natuurlijk. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat musea een educatieve functie hebben. Waar ik verder heel goed op let, is de balans. In het verleden heeft de nadruk misschien wat teveel op moderniteit en design gelegen. Ik vond het bijvoorbeeld ook nodig om iets meer aandacht aan de regio te geven.’

 ‘Het is wel moeilijker geworden om onderscheidende tentoonstellingen binnen te halen van werk dat niet tot de eigen collectie behoort, zoals destijds de Russische sprookjes en Waterhouse. Er zijn veel meer instellingen die dit doen. Tien, twintig jaar geleden was Groningen uniek op dat vlak. Dat is voorbij.’

Toch waren er recent bijzondere collecties te zien, zoals de oude kunst uit de Gemäldegalerie in Dresden. En later dit jaar komt Rodin naar Groningen.

‘Ja en het is mooi dat dit nog steeds lukt. We proberen daarbij wel steeds andere presentatievormen te vinden, zodat het geen standaardverhaal wordt.’

Nog even over de variatie. Voorheen zetten stromingen in de kunst zich vaak hevig af tegen wat de gevestigde orde werd genoemd. Kunstenaars konden heel intolerant zijn ten opzichte van elkaar. In Groningen hangen de voormalige vijanden vreedzaam onder één dak.

‘Precies. Ik denk dat alle strijd wat dit betreft is gestreden. Maar er mag wel degelijk wrijving zijn. Deze zomer komen we met een expositie die dit fraai illustreert: De Nieuwe Wilden. Het gaat hier om een groep kunstenaars die zich al in de jaren tachtig niets meer wilden aantrekken van de avant-garde. Ze gingen weer figuratief schilderen, maar wel bewust “lelijk”, tegendraads, provocerend. Dat is alweer 30 jaar geleden. En typerend voor het Groninger Museum en de toenmalige directeur Frans Haks is dat het een van de eerste was die dit werk aankocht. Een tentoonstelling van juist deze groep past goed bij de missie van het museum: wij willen verwonderen en uitnodigen tot meningsvorming. Daar hoort reuring bij.’

Een van uw doelstellingen is nieuw publiek te trekken. Hoe krijg je mensen die nooit naar een museum gaan, zover dat ze naar het Groninger Museum komen. Randstedelingen zijn gewend aan hun kleine stukje aarde en de bijbehorende afstanden; die vinden Groningen ver weg.

‘Klopt. Nederlanders vinden Duitsland een groot land, terwijl het maar half zo groot is als Texas. Maar goed, ook in onze eigen regio is nog veel te winnen. Groningers beseffen dat dit museum niet onbelangrijk is voor de stad. Bestuur, politiek en bedrijfsleven zijn ervan doordrongen dat het een belangrijke trekpleister is. Dat is belangrijk. Het Groninger Museum had ooit de reputatie een beetje met de rug naar de stad te staan, maar dat is gelukkig niet meer het geval. We zijn gewoon hét museum van de stad en de provincie Groningen. Toch blijft het lastig om alle Groningers naar binnen te krijgen. Er fietsen hier dagelijks ik weet niet hoeveel mensen over de brug langs de ingang en daarvan is maar een klein deel in het museum geweest. Kennelijk is er nog steeds een drempel.’

Cultuur met een grote C wordt nog steeds door grote groepen gemeden?

‘Helaas wel. Het omgekeerde is overigens ook waar. Er zijn Groningers die nog nooit in de Euroborg zijn geweest. Onbegrijpelijk, vind ik dat. Je moet alles een keer hebben geprobeerd. Daarna mag je concluderen: niets voor mij, maar niet eerder. We blijven het in ieder geval proberen. Zoals met David Bowie is…