Gas

Visie

Gas is al meer dan een halve eeuw onlosmakelijk verbonden met de Europese energievoorziening in het algemeen en de Nederlandse in het bijzonder. Sinds de ontdekking in 1959 van het Groningenveld, destijds het grootste gasveld ter wereld, is hier meer dan 2.000 miljard kubieke meter aardgas gewonnen. Meer dan 95 procent van de Nederlandse huishoudens gebruikt aardgas voor verwarming. GasTerra is de exclusieve verkoper van het Groningengas. Een groot deel wordt op de binnenlandse markt afgezet, daarnaast wordt een belangrijk percentage geleverd aan buitenlandse klanten in Duitsland, België en Frankrijk.

Naast het Groningengas, dat laagcalorisch is (dat wil zeggen een relatief lage verbrandingswaarde heeft) verhandelt GasTerra ook een groot volume hoogcalorisch gas. Dit gas is voornamelijk afkomstig uit kleinere gasvelden in de Noordzee en van importen uit Rusland en Noorwegen. Het hoogcalorisch gas wordt gebruikt door de industrie en eveneens naar de genoemde landen geëxporteerd alsmede naar Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Italië. In afwijking van het Groningengas kunnen producenten het kleineveldengas ook aan andere gashandelaren aanbieden, maar GasTerra is wettelijk verplicht dit gas desgevraagd tegen een marktconforme prijs af te nemen.

Gas speelt al decennialang een cruciale rol in de energievoorziening. In een periode van structurele en ingrijpende veranderingen, waarin de gashandel en het gastransport van elkaar werden gescheiden en de markt werd geliberaliseerd, heeft gas zijn hoofdrol in de energievoorziening behouden. Toch is de vanzelfsprekendheid eraf. De positie en het imago van gas staan onder druk. De positieve kenmerken van ons product, zoals comfort, schoonste fossiele brandstof, flexibiliteit en veelzijdigheid dreigen op de achtergrond te raken. Belangrijke oorzaken daarvan zijn in onze regio de aardbevingen, die bij velen het gevoel hebben versterkt dat gas in het gunstigste geval een noodzakelijk kwaad is en de Russisch/Oekraïense crisis, die de toch al bestaande twijfels over de voorzieningszekerheid van gas in Europa heeft vergroot.

De aardbevingen hebben indirect effect op de bedrijfsstrategie. Immers, de productieplafonds die het kabinet sinds 2014 heeft ingesteld, beperken niet alleen de producent van het Groningengas, NAM, maar ook de verkoper ervan, GasTerra.

Bovenstaande ontwikkelingen hebben uiteraard een negatieve impact op het imago van gas. Hoewel vrijwel niemand in Europa het belang van gas in de energiemix ontkent, nu maar ook op langere termijn, vindt een omvangrijke groep het lastig om ons product als deel van de oplossing te zien in plaats van als (mede)veroorzaker van problemen. We staan voor de taak om de reputatie van gas te verbeteren. De realiteit is dat gas wereldwijd, in Europa en in Nederland onmisbaar is en de komende decennia zal blijven. Zowel uit een oogpunt van voorzieningszekerheid als van verantwoord klimaatbeleid. Wat dat laatste betreft zal aardgas op termijn ook moeten voldoen aan strengere emissie eisen van CO2, hetgeen goed mogelijk is door de toepassing van CCS. De hoge economische en maatschappelijke waarde van deze bodemschat mag evenmin worden veronachtzaamd. Nederland beschikt vijftig jaar na ontdekking van het Groningenveld nog altijd in totaal over ruim 600 miljard kubieke meter conventioneel aardgas. Bij de verantwoorde winning daarvan zal de samenleving ook in de toekomst zowel economisch als ecologisch baat hebben. 

Ketenbeheer

GasTerra hecht groot belang aan verantwoord ketenbeheer. Daarbij richten we ons primair op het gebruik van ons product (‘downstream’), omdat we het belangrijk vinden dat de samenleving gas zo efficiënt mogelijk inzet. In de stakeholderdialoog kwam echter naar voren dat bij stakeholders onduidelijkheid bestaat over GasTerra’s rol upstream, met name met het oog op de aardbevingsproblematiek en de inkoop van gas uit Rusland. Om meer inzicht in deze thematiek te verstrekken, heeft GasTerra besloten ketenbeheer als materieel onderwerp te benoemen.

De keten

In de keten zijn alle activiteiten opgenomen van winning tot gebruik van aardgas. GasTerra is hierbij verantwoordelijk voor het handelsgedeelte. We kopen en verkopen gas en daaraan gerelateerde diensten. Daarbij hebben we te maken met verschillende nationale en internationale partijen. Uiteraard met producenten, leveranciers en klanten, maar bijvoorbeeld ook met netbeheerders voor het transport van het gas en met markttoezichthouders en overheden die verantwoordelijk zijn voor (controle van) wet- en regelgeving. Daarnaast hebben wij de publieke taak om invulling te geven aan delen van de Gaswet, met name het inkopen van gas uit de zogeheten kleine velden, het innemen en verkopen van het gas uit het Groningenveld, en het waar nodig ondersteunen van GTS bij het uitvoeren van zijn wettelijke taken.

We participeren in verschillende samenwerkingsverbanden binnen de keten. Daarbij streeft de onderneming verschillende doelen na zoals kennisuitwisseling, het ontwikkelen van duurzame energietoepassingen, het uitdragen van de voordelen van gas in de transitie naar een duurzame energievoorziening en het verbeteren van regulering. In het kader van deze laatste twee onderwerpen zijn we actief in Den Haag en, primair via de brancheorganisatie Eurogas, in Brussel. Ook zijn we aangesloten bij de nationale belangenbehartiger Vereniging Energie-Nederland.

We hebben als handelsonderneming beperkte invloed met betrekking tot het ketenbeheer upstream, mede doordat de onderneming door haar wettelijke, publieke taak niet vrijelijk kan kiezen van welke producent wel of geen gas wordt afgenomen. Bovendien is op de vrije gasmarkt niet te achterhalen waar het ingekochte gas precies vandaan komt. In die gevallen waarin dat wel duidelijk is, onthoudt GasTerra zich ervan om politieke of maatschappelijke discussies in te brengen in de contractuele relaties met leveranciers en klanten. Wel zijn we onderdeel van het samenwerkingsverband Project Delta Group waarin we best practices delen op het gebied van gaswinning. Daarnaast ondersteunen we onze klanten met het Milieu Plan Industrie (MPI) bij de verduurzaming van productieprocessen.

Nederland

Sinds 2014 wordt de gasproductie uit het Groningenveld beperkt. Dit werd noodzakelijk geacht in verband met de toenemende frequentie en kracht van de aardbevingen in het winningsgebied. Volgens het eerste besluit mocht in 2014 én 2015 niet meer dan 42,5 miljard kubieke meter aardgas uit het veld worden gewonnen, gevolgd door 40 miljard kubieke meter in 2016. Bovendien moest de winning op vijf productielocaties in het hart van het aardbevingsgebied, rond Loppersum, met 80 procent worden verminderd tot maximaal drie miljard kubieke meter.

Dit eerste besluit is sindsdien gevolgd door nieuwe beperkende maatregelen met steeds lagere plafonds. Begin 2015 besliste het kabinet dat in dat kalenderjaar maximaal 39,4 miljard kubieke meter aardgas uit het Groningenveld mocht worden geproduceerd. Deze beslissing werd gevolgd door een wijzigingsbesluit in juni dat inhield dat in het afgelopen jaar niet meer dan 30 miljard kubieke meter mocht worden gewonnen. Daarnaast was er in het kalenderjaar 2015 aanvullend en eenmalig de beschikbaarheid van 3 miljard kubieke meter gas uit de Groningengasopslag Norg.

Parallel aan deze besluitvorming liep een beroepsprocedure van 40 belanghebbende partijen bij de Raad van State, waaronder het College van Gedeputeerde Staten van Groningen, diverse Groningse gemeenten, twee waterschappen, de Veiligheidsregio Groningen en een aantal particulieren, die eisten dat de gaswinning in Groningen verder zou moeten worden beperkt. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State maakte op 18 november 2015 bekend dat zij had beslist zowel het besluit van januari 2015 als het wijzigingsbesluit van juni 2015 te vernietigen. In plaats daarvan trof de Raad een voorlopige voorziening dat NAM in het gasjaar 2015-2016, dat van 1 oktober 2015 tot 1 oktober 2016 loopt, niet meer dan 27 miljard kubieke meter gas mocht winnen uit het Groningenveld. Overschrijding tot maximaal 33 miljard kubieke meter zou alleen toegestaan zijn als dat jaar een relatief koud jaar zou blijken te zijn.

Op 18 december bleek dat het kabinet de voorlopige voorziening van de Raad van State in stand zou houden. Hierdoor wordt de gaswinning uit het Groningenveld in het gasjaar 2015/2016 dus beperkt tot 27 miljard kubieke meter gas met een uitloop naar 33 miljard in een relatief koud jaar om de leveringszekerheid veilig te stellen. Daarnaast wordt de komende jaren intensief gewerkt aan het verder verminderen van de afhankelijkheid van het gas uit Groningen, onder andere door de bouw van een nieuwe stikstofinstallatie, die hoogcalorisch gas in zogeheten pseudo-Groningengas kan converteren. Het is tenslotte de bedoeling vóór oktober 2016 op basis van het nieuwe winningsplan een besluit te nemen over de langere termijn van de gaswinning.

GasTerra heeft in 2015, 29,4 miljard kubieke meter Groningengas ingekocht. (2014: 42,4 miljard kubieke meter) In overeenstemming met het productiebesluit heeft NAM dat jaar 28,1 miljard kubieke meter uit het Groningenveld geproduceerd (2014: 42,1 miljard kubieke meter). Het verschil tussen het productie- en het ingekochte volume zit in het eigen gebruik van NAM, bijvoorbeeld brandstofgas, en de netto onttrekking aan de ondergrondse bergingen.

Naast gas uit het Groningenveld koopt GasTerra Nederlands gas uit de kleine velden. GasTerra stimuleert de productie van dit Nederlandse gas door de contractcondities voor kleine velden waar mogelijk af te stemmen op de behoefte van de producenten. Hiermee geeft GasTerra invulling aan het kleineveldenbeleid, waarin geregeld is dat gas uit de Nederlandse kleine velden met voorrang geproduceerd kan worden. GasTerra heeft de wettelijke taak dit gas tegen marktconforme voorwaarden in te kopen, indien de producent het aan GasTerra aanbiedt.

Buitenland

GasTerra koopt naast Nederlands gas naar verhouding in beperkte mate gas uit Noorwegen en Rusland in. De inkoop van dit gas vindt plaats op basis van langjarige inkoopcontracten. Sinds 2014 staan de handelsverhoudingen tussen de landen van de Europese Unie en Rusland onder druk als gevolg van de crisis in Oekraïne. De gashandelsactiviteiten zijn echter buiten de scope van de sancties gebleven en hebben de commerciële relaties niet beïnvloed. Ongeveer vijf procent van het gas dat GasTerra inkoopt is afkomstig uit Rusland. 

Leverings- en voorzieningszekerheid

In 2014 voerde Europese Commissie naar aanleiding van de crisis in Oekraine zogeheten ‘stress tests’ uit om de voorzieningszekerheid in de Europese Unie te testen. Hierin werd in twee modelmatige simulaties van leveringsproblemen met Russisch gas en twee reacties op die simulaties (samenwerken versus niet samenwerken) in kaart gebracht. Doel was om op korte termijn de effecten te meten en input te verwerven voor de onderhandelingen tussen Rusland, Oekraine en de EU over de gasdoorvoer en –levering. De resultaten vormden voor de Europese Commissie aanleiding om de Verordening Leveringszekerheid Aardgas te herzien. Hierin wordt de nadruk gelegd op intensievere regionale samenwerking. Uit de simulaties bleek overigens dat er in Nederland geen gasonderbrekingen zouden plaatsvinden.

We houden ons aan de wens van de minister van Economische Zaken om geen nieuwe langjarige contracten af te sluiten. Dit betekent ook dat bestaande langetermijncontracten niet worden verlengd of qua volume worden verhoogd.

Marktontwikkelingen

Sinds de minister van Economische Zaken in januari 2014 zijn eerste productiebesluit bekend maakte, heeft GasTerra zijn strategie aan de nieuwe omstandigheden aangepast. Het instellen van een productieplafond vertaalt zich voor ons in een inkoopplafond. We kunnen niet meer gas van de producent, NAM, afnemen dan het door de minister vastgestelde maximum. Omdat GasTerra tot taak heeft zoveel mogelijk waarde aan het Nederlandse gas toe te voegen, probeert onze onderneming het plafond zo dicht mogelijk te benaderen. Vóór het eerste productiebesluit werkte GasTerra met een 10-jarig flexibel afnameplafond. Wat in het ene jaar beneden het jaargemiddelde werd ingekocht, kon later worden gecompenseerd met een hogere inkoop. Door de huidige productielimieten dient GasTerra nauwgezetter te plannen dan vroeger.

Dat GasTerra stap voor stap minder gas zou gaan verkopen, was al bekend vóórdat het Nederlandse kabinet besloot het productieniveau naar beneden bij te stellen. Zowel het Groningenveld als de meeste kleine velden bevinden zich in de volwassen fase van hun productiecyclus. Het vervolgproces wordt beïnvloed door de productielimiet op het Groningenveld. Het is de taak van GasTerra om de verkoopverplichtingen gelijke tred te laten houden met het afnemende aanbod. Het gaat er daarbij om de portfolio – het totaal aan verkoopverplichtingen – optimaal af te stemmen op het aanbod van gas. De onderneming bekijkt momenteel hoe zij haar aanbod optimaal kan benutten en hoe zij de kosten die daarmee gemoeid zijn, het beste kan managen. Daarbij moeten we keuzes maken. Veranderingen in het aanbod, de focus op kosten en efficiëntie en tenslotte de kleine marges door aanzienlijke concurrentie in de markt maken dat het contracteren van klanten met een laag volume aan wie direct wordt geleverd, voor GasTerra niet meer kostendekkend is. Alleen voor het inkopen van groen gas, waarvan de volumes relatief klein zijn, maar dat een belangrijke rol in de verduurzaming van de energievoorziening kan spelen, maken we een andere afweging.

Op het moment dat de minister een besluit neemt over de hoogte van de productiebeperking, zijn al overeenkomsten gesloten voor leveranties in de toekomst. Om aan de betreffende contractuele verplichtingen te voldoen, kan GasTerra rekenen op voldoende aanbod van gas. Dit is mede mogelijk door de gasrotondestrategie van de Nederlandse overheid, waardoor meer gas kan worden geïmporteerd en geëxporteerd. Als gevolg daarvan is de afgelopen 10 jaar een goed werkende liquide gasbeurs, de Title Transfer Facility (TTF), ontwikkeld. Al met al konden wij, ondanks de productiebeperking van het Groningenveld, ook in 2015 aan al onze contractuele verplichtingen blijven voldoen. Overigens hebben we door de productiebeperking wel minder volume beschikbaar voor het verkopen van gas op beurzen en kopen we daar zelfs gas in.

De Europese gasvraag (EU28) was in 2015 hoger dan in 2014. Dat kwam doordat de temperatuur vooral in de eerste helft van het jaar gemiddeld minder hoog was dan in het uitzonderlijk warme 2014 met een hogere gasvraag voor ruimteverwarming tot gevolg. In sommige landen werd meer gas gebruikt voor elektriciteitsopwekking, maar over het algemeen bleven de lage prijzen van kolen en CO2-emissierechten deze sector parten spelen. Omdat in Azië de vraag naar aardgas achterbleef bij de verwachting, terwijl de globale LNG-productiecapaciteit toenam, kwam meer LNG beschikbaar voor de Europese markt. Tegelijkertijd floreerde de virtuele handelsplaats TTF: nog niet eerder werd hier zoveel gas verhandeld als in 2015.

Energiedoelen

Op 6 september 2013 ondertekenden diverse maatschappelijke partijen het Energieakkoord voor Duurzame Groei. Een van de afspraken is het energiegebruik in Nederland terug te dringen, onder andere door huizen energiezuiniger te maken. Veel woningcorporaties geven hier invulling aan. Meer energie-efficiëntie betekent in beginsel minder gasverbruik door huishoudens. GasTerra verwacht daarom dat het totale afzetvolume in dit segment op de lange termijn zal afnemen.

In het najaar van 2015 heeft de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) het advies “Rijk zonder CO2” uitgebracht. Hierin wordt het beleid om het energiegebruik te verminderen respectievelijk duurzamer te maken, voortgezet. De gebouwde omgeving geldt daarbij als speerpunt. Het advies diende mede als input voor het Energierapport van het kabinet, dat midden januari is verschenen.

De Europese Unie heeft in 2014 het raamwerk voor het klimaat- en energiebeleid op weg naar 2030 vastgesteld. Hierin zijn drie energiedoelen voor 2030 opgenomen: ten minste 40 procent emissiereductie ten opzichte van 1990 met een nader overeen te komen verdeling per lidstaat, daarnaast op Europees niveau een verbetering van de energie-efficiency met 27 procent ten opzichte van 1990 en tot slot een aandeel van 27 procent hernieuwbare bronnen in de energiemix. Met het oog op het bereiken van deze doelen zijn in 2015 voorbereidingen getroffen voor het aanpassen van diverse onderdelen van de bestaande Europese regelgeving op klimaat- en energiegebied. Versterking van het CO2-emissiehandelssysteem ETS staat hierbij centraal. Bovendien is het raamwerk in 2015 verbreed met doelstellingen voor onder meer de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de energievoorziening. Een en ander is door de Europese Commissie vastgelegd in een strategie voor een (Europese) Energie-Unie. Aangezien klimaat en energie bij uitstek grensoverschrijdende onderwerpen zijn, steunt GasTerra dit plan met daarin voor de klimaataspecten een centrale rol voor het CO2-emissiehandelssysteem ETS.

Van 30 november tot 12 december 2015 vond in Parijs de VN-klimaatconferentie COP 21 plaats. Op de laatste dag van de onderhandelingen werd het zogeheten Akkoord van Parijs gepresenteerd. In deze overeenkomst is het doel vastgelegd om de opwarming ten opzichte van het pre-industriële tijdperk tot maximaal twee graden te beperken. De 197 partijen (196 landen plus de EU) werden het er bovendien over eens te streven naar beperking van de opwarming tot 1,5 graad. Nieuw in vergelijking met eerdere VN-klimaatakkoorden is dat overeenstemming is bereikt over de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstof binnen een niet nader omschreven termijn af te bouwen. Het verdrag, dat betrekking heeft op de periode na 2020 en in werking treedt zodra 55 landen die gezamenlijk meer dan 55 procent van de broeikasgassen uitstoten het hebben geratificeerd, vereist van lidstaten dat zij ambitieuze nationale klimaatplannen opstellen. Van de rijke landen wordt verwacht dat zij ontwikkelingslanden financieel zullen steunen bij het terugbrengen van hun emissies.

GasTerra vindt het bemoedigend dat in Parijs overeenstemming is bereikt over de ambities, doelen en richting van het klimaatbeleid. In de praktijk zal moeten blijken hoe de positieve afloop van wat vooraf werd gezien als een uitermate lastig onderhandelingsproces, kan worden vertaald in concrete, effectieve maatregelen. Essentieel is dat deze maatregelen resultaatgericht zijn, dat wil zeggen het centrale probleem aanpakken door de stapsgewijze uitstootreductie van broeikasgassen. Welke middelen daarvoor worden ingezet – energiebesparing, hernieuwbare energiebronnen, vervanging van de meest vervuilende fossiele brandstoffen door schonere in combinatie met CCS – is in wezen secundair. Het milieurendement van klimaatbeleid moet idealiter voorop staan.

Virtuele handelsplaatsen

De handel op de Nederlandse handelsplaats TTF steeg in 2015 naar een recordhoogte met een verhandeld volume van 1.708 miljard kubieke meter. Daarmee bestendigde de TTF haar koppositie, die zij een jaar eerder had overgenomen van de Britse handelsplaats National Balancing Point (NBP) in de Over-The-Counter-handel (OTC). Bij deze manier van handelen doen partijen rechtstreeks zaken met elkaar. De populariteit van de TTF is te danken aan de vooraanstaande positie die Nederland vanouds in de Europese gassector inneemt. Wat in het voordeel van de TTF werkt, is dat er in euro’s wordt gehandeld in plaats van in Britse ponden op het NBP en continentale partijen dus geen valutarisico’s lopen.

De TTF en het Britse NBP zijn de twee grootste virtuele handelsplaatsen voor aardgas in Europa. Het verhandelde volume op het NBP was in 2015 vergelijkbaar met het voorgaande jaar. De TTF laat juist een sterke groei zien en eind 2015 naderde de TTF het NBP qua totaal verhandeld volume per maand. Ondanks de sterke positie van NBP en TTF ontwikkelden de Duitse handelsplaatsen NCG en Gaspool en het Italiaanse PSV zich ook positief in 2015.

De TTF blijft de belangrijkste prijsmarker voor langetermijncontracten en voor gas op de andere handelsplaatsen in continentaal Europa. Zo steeg de churn-rate van de TTF opnieuw in 2015. De churn-rate is de ratio tussen het verhandeld en fysiek geleverd volume. In 2013 was de gemiddelde churn-rate 18,5; in 2014 steeg deze naar 31 en in 2015 naar 37. In de zomermaanden was het fysiek geleverde volume laag waardoor een ratio van circa 50 werd behaald. De bergingen waren in het voorjaar van 2015 relatief leeg en om de bergingen te vullen voor de winter waren partijen genoodzaakt om gas in te kopen op de TTF

Verhandeld volume

Fysiek volume

LNG

De hoeveelheid LNG die beschikbaar is voor de Europese markt, neemt toe. De belangrijkste oorzaak is de afnemende vraag in Azië, terwijl de LNG-productiecapaciteit is gestegen. Bovendien is de prijs van LNG in Azië fors gedaald door de daling van de olieprijs. Hierdoor is Noordwest-Europa een attractieve afzetmarkt geworden en fungeert Europa op dit moment als globale LNG balanceringsmarkt.

Of deze trend de komende jaren doorzet, hangt nauw samen met de economische groei en de energiekeuzes die de belangrijkste afzetlanden in Azië zullen maken. Zo heeft Japan besloten een aantal kerncentrales weer op te starten die waren uitgezet als reactie op de ramp met de kerncentrale in Fukushima in 2011. Dit zal op termijn de vraag naar LNG in Japan beïnvloeden. Tevens is China een belangrijke groeimarkt. Deze groei kan nog een forse stimulans krijgen als besloten wordt om een deel van de kolencentrales te vervangen door gascentrales, maar dit is afhankelijk van de concurrentie met pijpleidinggas uit Rusland.

Mede dankzij de bouw van LNG-terminals in Australië en Amerika zal de productiecapaciteit van LNG volgens analisten in de komende vier jaar met 180 miljard kubieke meter toenemen. Australië heeft voor 2018 naar schatting 97 miljard kubieke meter aan LNG export contractueel vastgelegd en voor Amerika is dat 60 miljard kubieke meter. Een groot deel van dit Amerikaanse gas is gecontracteerd door Europese partijen. Bij het contracteren van LNG bestaat overigens geen zekerheid of dit gas ook daadwerkelijk in het land van bestemming wordt geleverd. De contracten bieden de koper steeds vaker de mogelijkheid om het LNG naar keuze op een wereldmarkt te verkopen. Daarnaast is het mogelijk om in Europa geleverd LNG opnieuw te verschepen naar andere markten.

Concurrentie van kolen

De kolenprijs en de prijs van CO2-emissierechten zijn nog steeds verhoudingsgewijs laag. Kolengestookte elektriciteitsproductie blijft daardoor voor bestaande centrales goedkoper in vergelijking tot gasgestookte elektriciteitsproductie. Verschillende Noordwest-Europese energiebedrijven hebben daarom hun gasgestookte elektriciteitscentrales gesloten of kondigden aan dit te gaan doen. In België werden gascentrales eerder ook stilgelegd, omdat deze niet rendabel waren. Echter in verband met dreigende tekorten op de Belgische stroommarkt als gevolg van problemen met kerncentrales, werd een deel van de stilgelegde gascentrales in 2015 wel weer gebruikt.

Sluiting van gascentrales heeft consequenties voor de leveringszekerheid en klimaatdoelen. Kolenstook mag op dit moment dan het goedkopere alternatief zijn, bij de verbranding komt meer CO2 vrij dan bij de verbranding van gas. Daarnaast zijn met name oudere kolencentrales minder snel op en af te schakelen dan gasgestookte centrales, waardoor zij in de transitie naar een duurzame energievoorziening minder geschikt zijn als aanvulling op de vaak onvoorspelbare hernieuwbare bronnen. Verschillende Europese landen nemen in dit kader maatregelen om de leveringszekerheid veilig te stellen. Deze zogeheten capaciteitsmechanismen houden in dat de reservecapaciteit die energiebedrijven moeten aanhouden om de stroomvoorziening te garanderen, wordt vergoed.

In Europees verband wordt gesproken over het verbeteren van het handelssysteem voor CO2-emissierechten. Dit zou moeten leiden tot hogere CO2-prijzen en aldus bedrijfsinvesteringen in emissiebeperkende maatregelen bevorderen, zoals het gebruik van gas. Bovendien zou het de concurrentiepositie van gascentrales ten opzichte van kolencentrales verbeteren.

In Nederland is in het kader van het Energieakkoord afgesproken de vijf oudste kolencentrales in 2016 te sluiten. Hun plaats wordt ingenomen door drie nieuwe al in gebruik genomen efficiëntere kolencentrales (twee op de Maasvlakte en één in de Eemshaven). Ondanks deze overeenkomst neemt de maatschappelijke en politieke druk toe om deze centrales op termijn eveneens te sluiten.

GasTerra deelt het standpunt dat hervorming van het Europese Emissie Handelssysteem (ETS) de beste manier is om de concurrentiepositie van gasgestookte centrale te verbeteren. De CO2-prijs moet hoog genoeg zijn om het voor bedrijven aantrekkelijk te maken in de schoonste technologie te investeren en zo energie-efficiënt mogelijk te opereren.

Energierapport

In het Energierapport, uitgekomen in januari 2016, geeft het kabinet een integrale visie op de toekomstige energievoorziening in Nederland. Het kabinet streeft in internationaal verband naar een CO2-arme energievoorziening, die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is. Aardgas wordt in die visie zoveel mogelijk beperkt tot de energiefuncties waarvoor geen alternatief beschikbaar is. Zo zou bijvoorbeeld ruimteverwarming zoveel mogelijk verzorgd worden door CO2-arme oplossingen. Het kabinet heeft aangekondigd het Energierapport als uitgangspunt te nemen voor de Energiedialoog. Daarin wordt met diverse stakeholders over de transitie naar een duurzame energievoorziening van gedachten gewisseld.

Schaliegas

In 2015 heeft het kabinet besloten dat commerciële opsporing en winning van schaliegas de komende vijf jaar niet aan de orde is. Het is nog niet bekend of dat op langere termijn verandert. Dit hangt af van allerlei toekomstige ontwikkelingen, onder andere op technisch vlak. De optie om schaliegas in de toekomst te winnen wordt in het Energierapport niet uitgesloten. Volgens het kabinet is voor een besluit over vergunningverlening voor opsporing en winning van schaliegas voor commerciële doelen breed, langjarig onderzoek in internationaal verband nodig. Uiteindelijk kunnen onderzoeksboringen onder verantwoordelijkheid van de overheid onderdeel worden van het onderzoeksprogramma. Tijdens de huidige kabinetsperiode zullen geen schaliegasboringen plaatsvinden.

Levering en verkoop

GasTerra heeft in 2015, 70,3 miljard kubieke meter gas geleverd. Daarmee lag de levering 11 miljard kubieke meter lager dan in 2014. Dit kan vooral verklaard worden door de productiebeperking van het Groningenveld. De winter van 2015 was mild, wat een negatief effect had op de marktvraag. De prijzen daalden. In 2015 werd gemiddeld 20,8 eurocent per kubieke meter betaald tegen 23,9 eurocent in 2014. 

Levering op de aansluiting

GasTerra heeft in 2015, 1,4 miljard kubieke meter gas op de aansluiting geleverd aan energiebedrijven en –centrales en industriële afnemers (2014: 1,8 miljard kubieke meter). Daarmee bleef de levering aan dit marktsegment iets achter bij de verwachting. De gemiddeld hoge temperaturen in 2015 waren hier debet aan. Het lagere volume in dit segment werd echter grotendeels gecompenseerd door additionele doorverkopen, waarbij de levering nog hetzelfde jaar plaatsvond. 

De positieve effecten van continue productontwikkeling kwamen tot uiting in de verkoopcontracten voor de komende jaren. GasTerra speelde net als vorig jaar in op de sterke toename van het aantal kleinere en vaak lokale energiebedrijven. Deze partijen contracteren elk jaar meer gas, omdat zij hun eigen klantportfolio zien groeien. Hier profiteert de onderneming dan weer van door een hogere afzet. 

GasTerra leverde in 2015, 3,9 miljard kubieke meter aardgas aan zijn industriële klanten (2014: 3,5 miljard kubieke meter). Daarmee bleef de levering achter bij de verwachting. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Ten eerste hebben de economische omstandigheden effect op de industriële productieprocessen, wat tot een lagere gasvraag leidt. Daarnaast maken klanten minder gebruik van hun warmtekrachtkoppeling-installaties (WKK’s) die gelijktijdig warmte en elektriciteit opwekken. Voor veel klanten bleek de inkoop van elektriciteit goedkoper dan de eigen productie met een lagere gasvraag op deze installaties als gevolg. 

Productverbetering

Ondanks bovenstaande ontwikkelingen werkt GasTerra hard aan het behoud van de klantenportfolio. Hiervoor overleggen we met de klanten of de voorwaarden en producten nog marktconform zijn. Op dit vlak zijn ook in 2015 weer enkele productverbeteringen gerealiseerd. Het ging daarbij voornamelijk om aanpassingen die inspelen op de wensen en behoeften van onze klanten. Verder moeten we keuzes maken bij het vermarkten van de lagere volumes. 

Klanttevredenheid

GasTerra heeft in 2015 de klantenportal ook toegankelijk gemaakt voor industriële klanten. Klanten kunnen hier hun contracten en facturen inzien. Deze portal is ontwikkeld in reactie op een eerder klanttevredenheidsonderzoek, waarin klanten te kennen gaven meer behoefte te hebben aan informatie, met name over marktontwikkelingen en prijzen. Om in die behoefte te voorzien geven we ook periodiek een digitale nieuwsbrief uit. Daarnaast organiseerde de onderneming in september een goed bezochte relatiedag met lezingen over de gasmarkt en een bezoek aan de Gate Terminal op de Maasvlakte. 

Verduurzamen

We ondersteunen onze industriële klanten bij de verduurzaming van productieprocessen via het Milieu Plan Industrie MPI. Met dit programma ondersteunt GasTerra industriële klanten bij de verbetering van hun energie-efficiency, de reductie van emissies en de verduurzaming van de productieprocessen. In 2015 is in dit kader bij vier klanten een MPI-project uitgevoerd. Tevens heeft Energy Matters, in opdracht van GasTerra, onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van flexibele inzet van WKK’s. Naar aanleiding van de resultaten hiervan, wordt bij zes industrieën een individueel onderzoek uitgevoerd naar deze mogelijkheden. Deze scans worden uitgevoerd door Energy Matters op kosten van GasTerra. 

Verder ondersteunt GasTerra de productie van en handel in groen gas door dit duurzame gas onder aantrekkelijke voorwaarden van verschillende producenten in te kopen.

Voor een overzicht van alle projecten, verwijzen we graag naar onze sectie Groen

Levering op de gashub

De handel op de TTF verloopt veelal via standaard-raamcontracten. Dit houdt in dat per deal alleen nog de prijs, de hoeveelheid en de leveringsperiode worden overeengekomen. Een deal kan direct via de beurs plaatsvinden, via een broker of bilateraal met een klant. Het eerste heeft GasTerra’s voorkeur. Omdat veel marktpartijen handelen via brokers, maken wij ook veelvuldig gebruik van dit kanaal. In 2015 is het aantal brokers opnieuw toegenomen. Dit zorgt voor meer keuzevrijheid van marktpartijen. 

Ontwikkeling fysiek en verhandeld volume TTF

GasTerra leverde in 2015, 22 miljard kubieke meter gas via de virtuele handelsplaats TTF (2014, 29 miljard kubieke meter). De levering aan deze doelgroepen bleef daarmee achter bij de verwachting. De verklaring hiervoor ligt in de relatief hoge temperaturen in 2015, waardoor minder temperatuurafhankelijke contracten werden overeengekomen. In totaal werd in 2015, 46 miljard kubieke meter fysiek geleverd via de TTF.

De prijzen op de TTF waren gemiddeld lager dan in 2014. De jaargemiddelde day-ahead-prijs daalde met 1,1 eurocent/kubieke meter ten opzichte van het jaar 2014, de jaargemiddelde month-ahead-prijs met 1,6 eurocent/kubieke meter in 2015. Het relatief warme jaar, de gedaalde olie prijs en voldoende aanbod van gas zorgden voor een drukkend effect op de prijsvorming op de gashubs.

Ontwikkeling maandgemiddelde month-ahead prijzen

Ontwikkeling maandgemiddelde TTF prijzen

Buitenland

GasTerra heeft in 2015 een hoeveelheid van 43,0 miljard kubieke meter gas geëxporteerd (2014: 47,0), voornamelijk onder langetermijncontracten met enkele grote internationaal opererende energiebedrijven. Deze daling is vooral te verklaren door de relatief lage gasvraag in Europa vanwege milde wintermaanden.

In 2015 zijn over meerdere exportcontracten heronderhandelingen gevoerd. Het belangrijkste thema blijft de transitie in de markt van olie- naar gasgeïndexeerde prijzen. Als gevolg hiervan worden de rollen van de diverse partijen in de waardeketen opnieuw gedefinieerd. Onderwerpen die hierbij, naast de prijs, een rol spelen zijn onder meer contractuele flexibiliteit en het leverpunt. In veel gevallen komen de partijen dichter bij elkaar, maar dit vergt veel tijd en inspanning. Als het niet lukt om tot overeenstemming te komen, volgt een arbitrageprocedure. In 2015 werden twee arbitrages gevoerd, waarvan er één inmiddels is afgerond. De andere arbitrage loopt nog. 

Ombouw L-gas naar H-gas

Als gevolg van het dalende productievolume uit het Groningenveld na 2020 moeten gebruikers van het Groningse L-gas overstappen op H-gas. In Duitsland, Frankrijk en België is de ombouw van L-gas naar H-gas een belangrijk thema. In Duitsland is als gevolg van de afname van de eigen L-gas-productie reeds een begin gemaakt met de ombouw en vanaf 2020 wordt deze geïntensiveerd als gevolg van de afname van de aanvoer uit Nederland. Hierdoor vindt in 2030 geen export naar Duitsland meer plaats. In België en Frankrijk worden vergelijkbare voorbereidingen getroffen en zal uiterlijk in 2024 worden gestart met de ombouw. In Nederland speelt ombouw naar verwachting niet voor 2030. Vanaf 1 januari 2017 worden in Nederland echter wel alleen gastoestellen verkocht die zowel laag- als hoogcalorisch gas aankunnen.

Virtuele opslagdienst

GasTerra biedt marktpartijen via de gas- en elektriciteitsbeurs ICE Endex de mogelijkheid om virtuele opslagruimte voor gas te contracteren. Deze virtuele opslagdienst (VOD) wordt aangeboden in de vorm van zogenaamde Standard Bundled Units (SBU’s) waarmee marktpartijen gas kunnen injecteren of onttrekken aan een virtuele opslag. GasTerra levert deze dienst op de TTF. ICE Endex veilt het volume als onafhankelijke partij in opdracht van GasTerra, zodat de kopers voor GasTerra anoniem blijven. 

In november 2013 contracteerden marktpartijen 3,7 miljoen SBU’s in de vorm van een eenjaarsproduct (opslagjaar 2014/2015). Daarnaast bood GasTerra in november 2013 een vijfjaarsproduct aan (opslagjaren 2014/2019). Hiervan werden 4,1 miljoen SBU’s gecontracteerd. Tot slot werden op de veiling in februari 2014 de overige 5,4 miljoen SBU’s als eenjaarsproduct verkocht.

Voor het jaar 2015/2016 vond in november 2014 de eerste veiling plaats. Daarbij werden 4,5 miljoen SBU’s verkocht in de vorm van een eenjaarsproduct. De resterende capaciteit werd in februari 2015 nogmaals ter veiling aangeboden als eenjaarsproduct. Tijdens deze veiling werden 4,5 miljoen SBU’s voor het jaar 2015/2016 verkocht. Vervolgens is op 18 november 2015 een veiling geweest voor het jaarproduct 2016/2017 en tijdens deze veiling zijn 1.757.577 SBU’s verkocht. Op 10 februari 2016 vond de laatste veiling voor het jaarproduct 2016/2017 plaats. Tijdens deze veiling zijn de overige 7.341.324 SBU's verkocht.

Inkoop

GasTerra kocht in 2015, 70,3 miljard kubieke meter gas in uit het Groningenveld, kleine velden, op handelsplaatsen en via import.

Groningenveld

GasTerra heeft in 2015, 29,4 miljard kubieke meter Groningengas ingekocht (2014: 42,4 miljard kubieke meter). Binnen de grenzen van het besluit over het Groningen Winningsplan heeft NAM in dat jaar 28,1 miljard kubieke meter uit het Groningenveld geproduceerd (2014: 42,1 miljard kubieke meter). 

Kleine velden

GasTerra heeft in 2015, 22 miljard kubieke meter gas ingekocht uit de kleine velden. Dit is 2,2 miljard kubieke meter minder dan in het voorgaande jaar. In het afgelopen decennium daalde de inkoop van gas uit kleine velden elk jaar met ongeveer twee miljard kubieke meter. Dit komt doordat de reserves in de kleine velden afnemen. Hierdoor daalt de druk in deze velden en neemt de productie gestaag af. Hoewel nog voortdurend reserves in nieuwe kleine velden worden gevonden, compenseert dit de afname in productie niet volledig. De verwachting voor de komende jaren laat een verdere daling zien. Deze prognoses zijn gebaseerd op opgaven van de producenten. Of de investeringsniveaus waarop deze prognoses zijn gebaseerd op peil zullen blijven, is onzeker. Door de lage olie- en gasprijs staan de rendementen en de beschikbare middelen voor investeringen in de olie- en gassector onder druk. Vandaar dat de gasproductiebedrijven, verenigd in de brancheorganisatie NOGEPA, er bij de Nederlandse overheid op aandringt om de hoge belasting op de winst uit deze activiteit te verlagen. Investeren in nieuwe gaswinning zou hiermee aantrekkelijk(er) worden. Bovendien zou dit kunnen voorkomen dat bestaande infrastructuur verloren gaat.

Verbeterde voorwaarden

Sinds enige jaren geldt voor de verkoop en inkoop van kleineveldengas het Seller's Nomination Regime. Dit houdt in dat de levering niet zoals voorheen bepaald wordt door de vraag van GasTerra, maar door de productie. Hierdoor kunnen producenten de levering beter aanpassen aan de technische mogelijkheden van de velden. Zij moeten hierbij een maand van tevoren doorgeven welke volumes zij verwachten te leveren. Een beperkt deel van het volume kunnen de producenten de dag voor levering doorgeven.

In 2015 werd een nieuwe verbetering van de leveringsvoorwaarden uitgerold. Daarbij kan het te leveren volume volledig day-ahead aangekondigd worden. Met deze marktconforme werkwijze houdt GasTerra rekening met de wens van de producenten. De producenten verstrekken op hun beurt niet-bindende productieprognoses voor de korte, middellange en lange termijn aan GasTerra. Inmiddels kunnen alle producenten de prognoses geautomatiseerd en volgens de nieuwe voorwaarden leveren.

Inkoop virtuele handelsplaatsen en import

GasTerra heeft in 2015, 18,9 miljard kubieke meter gas ingekocht, waarvan 12 miljard kubieke meter via virtuele handelsplaatsen en 6,9 miljard kubieke meter door import uit Noorwegen, Rusland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Door het langetermijnkarakter van de importcontracten waren er in dit segment weinig veranderingen ten opzichte van de voorgaande jaren.

Ongeveer vijf procent van het gas dat GasTerra inkoopt, is afkomstig uit Rusland. De inkoop van dit gas vindt plaats op basis van een langjarig inkoopcontract, waarin de rechten en plichten van beide partijen zijn vastgelegd. De handelsverhoudingen tussen de landen van de Europese Unie en Rusland stonden ook in 2015 onder druk. De sancties die de EU had ingesteld na het uitbreken van de Oekraïne-crisis in 2013 bleven van kracht. De gashandelsactiviteiten vallen echter buiten de scope van de sancties en hebben de betreffende commerciële relaties niet beïnvloed. Gazprom leverde minder gas aan GasTerra onder zijn langetermijncontract, volgens de Russische producent omdat zij extra gas nodig had om bergingen te vullen.

In 2015 zijn net als in 2014 over meerdere importcontracten heronderhandelingen gevoerd. Het belangrijkste thema is de transitie in de markt van olie- naar gasgeïndexeerde prijzen. Als gevolg hiervan worden de rollen van de diverse partijen in de waardeketen opnieuw gedefinieerd. Onderwerpen die hierbij een rol spelen, naast de prijs, zijn onder meer flexibiliteit en het leverpunt. In veel gevallen komen de partijen steeds dichter bij elkaar, maar dit vergt veel tijd en inspanning. Het uiteindelijke doel is om de contracten zodanig te actualiseren dat zij recht doen aan de bestaande afspraken, maar ook passen bij de huidige marktrealiteit. Wanneer partijen bij heronderhandelingen onderling niet tot overeenstemming komen, kunnen zij hun geschil aan een arbitragetribunaal voorleggen. In 2015 werden er twee arbitrages gevoerd, waarvan er één werd afgerond. De andere arbitrage loopt nog. 

Transport

GasTerra koopt in Nederland transportcapaciteit in bij Gasunie Transport Services B.V. (GTS), de beheerder van het landelijke transportnet. Daarnaast boekt GasTerra transportcapaciteit bij diverse internationale beheerders (TSO’s) van transportnetten, zoals BBL Company, National Grid en diverse Duitse beheerders. De kosten voor de inkoop van transportcapaciteit bedroegen in 2015, 532 miljoen euro. Daarmee waren de transportkosten 37 miljoen euro lager dan in 2014 (was 569 miljoen), met name als gevolg van sterk gedaalde Groningenvolumes en een afnemende behoefte aan transportcapaciteit voor de Nederlandse kleine velden.

De eerder ingezette trend dat voornamelijk nog transportboekingen voor de korte termijn gedaan worden, heeft zich in 2015 doorgezet. Het boekingsplatform Prisma heeft zijn positie als belangrijkste intermediair voor het verkrijgen van transportcapaciteit verder versterkt.

GasTerra heeft ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om capaciteit terug te geven aan GTS in het geval van niet-benodigde transportcapaciteit, zodat het deze weer kon vermarkten. Alleen als GTS de capaciteit daadwerkelijk vermarkt, vervallen de eigen verplichtingen voor deze capaciteit. Dit gold slecht voor een beperkt deel. Ten slotte heeft GasTerra in 2015 actief zijn niet-benodigde transportcapaciteit aangeboden op de secundaire markt. Dit heeft tot meerdere succesvolle transacties geleid, hoewel GasTerra deze markt niet als bijzonder liquide ervaart.

Risicomanagement

Een gedegen risicobeleid is een voorwaarde voor het bedrijf om zijn doelstellingen op een gecontroleerde wijze te realiseren. Risicomanagement maakt bij GasTerra integraal onderdeel uit van het Management Control Systeem, waarbij risicomanagement op strategisch, tactisch en operationeel niveau wordt uitgevoerd. Risicomanagement is hierdoor expliciet onderdeel van de dagelijkse besturing van GasTerra.

Door middel van periodieke risicoanalyses op strategisch, tactisch en operationeel niveau brengen wij de voornaamste risico's en onzekerheden in kaart waarmee GasTerra wordt geconfronteerd. Hierbij wordt gekeken naar risico's van strategische, operationele en financiële aard en naar risico's op het terrein van financiële verslaggeving en wet- en regelgeving (Compliance).

In de Business Risico Analyse (BRA) analyseren we potentiële risico’s die het behalen van de strategische doelstellingen kunnen belemmeren. De strategische doelstellingen in 2015 zijn volume, prijs, anticiperen en kosten. De BRA stelt ons in staat frequent te monitoren of de risico’s voldoende beheerst worden en passende maatregelen te treffen mocht dit nodig zijn.

GasTerra bepaalt van ieder risico de kans van optreden en de impact van een mogelijk optreden op GasTerra en concludeert op basis daarvan wat de belangrijkste risico’s zijn. Hieronder een overzicht van de belangrijkste risico’s in 2015 die deze doelstellingen kunnen belemmeren en de maatregelen die hiervoor zijn getroffen. 

Omschrijving risico Kans Impact Maatregelen Status Toelichting
1. Beperking productie Groningen H H Diverse planningsmaatregelen zodat GasTerra altijd aan de vraag kan blijven voldoen. Mitigeren Zie Gas > Inkoop
2. Kredietwaardigheid H H De ontwikkeling van de kredietwaardigheid van afnemers wordt permanent gemonitord. Mitigeren Zie Financiële instrumenten
3. Imago aardgas M H Vergroten van kennis over en bewustzijn van het energievraagstuk en de essentiële rol van gas via PA- en PR-activiteiten en diverse projecten. Mitigeren Zie Gas
4. Marge L H Intensief overleg met diverse interne actoren om te bepalen hoe we zoveel mogelijk waarde aan onze producten en diensten kunnen toevoegen. Mitigeren Zie Gas
5. Besluitvorming Groningen L H Reageren op nadere informatie van de minister. Communicatiebeleid- en plan hierop afstemmen. Mitigeren Zie Gas
6. Financiële regulering L H Overleg met interne en externe stakeholders zodat aan aangepaste wet- en regelgeving kan worden voldaan. Mitigeren Zie Gas

Financiële instrumenten

De onderneming maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instrumenten die de onderneming blootstellen aan marktrisico, waaronder valutarisico en renterisico, en aan kredietrisico en liquiditeitsrisico. Dit is beschreven in de paragraaf ‘financiële instrumenten’ van de jaarrekening.

Compliance

GasTerra hecht er veel waarde aan dat de kwaliteit en integriteit van het handelen van de medewerkers is geborgd. Om die reden is onder meer een gedragscode met normen en waarden opgesteld. Nieuwe medewerkers van GasTerra ondertekenen de gedragscode aan het begin van hun dienstverband. Ook wordt de gedragscode regelmatig binnen de organisatie onder de aandacht gebracht, bijvoorbeeld via het intranet en het jaarlijkse compliance programma. Er is een Compliance Officer aangesteld die verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit programma. Doel hiervan is het bewust maken van de medewerkers van de plicht tot naleving van wettelijke eisen en andere regulering die op GasTerra van toepassing zijn. Alle medewerkers zijn verplicht dit programma te volgen. In 2015 heeft 99 procent van de medewerkers het jaarlijkse compliance programma gevolgd.

Een interne auditor licht op gezette tijden de afdelingen door om na te gaan of ze zich aan alle procedures houden. De resultaten van de audits worden met de directie en de accountant doorgesproken, alsmede met de Audit Commissie. In 2015 zijn er geen meldingen geweest van medewerkers die zich niet aan de gedragscode en aanvullende procedures hebben gehouden. Tevens beoordelen we voortdurend of de gedragsregels en -procedures aangepast of aangevuld moeten worden. Er zijn in 2015 geen boetes aan de organisatie opgelegd.

Informatiebeveiliging is van het grootste belang voor het functioneren van een handelsonderneming zoals GasTerra. Om die reden besteedt GasTerra veel aandacht aan bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging. In het najaar werd een onaangekondigde actie uitgevoerd waarbij medewerkers te maken kregen met telefonische verzoeken om bedrijfsinformatie, zogenaamde ‘phishing mailtjes’ en rondslingerende USB-sticks. Verder is gekeken hoe medewerkers omgaan met vertrouwelijke documenten en is geprobeerd het gebouw binnen te komen zonder autorisatie. Het resultaat was positief. Medewerkers zijn attent op vreemde verzoeken en gedragingen. De inval van actiegroep GroenFront! op 26 januari 2015 in het GasTerra gebouw heeft medewerkers alert gemaakt op de risico’s. De actievoerders protesteerden tegen de gaswinning in Groningen. Naar aanleiding hiervan zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen genomen. 

Regulering

GasTerra wordt geconfronteerd met steeds meer regulering op nationaal en Europees niveau, met name op het gebied van energie en financiën. We merken dat de voor GasTerra relevante regelgeving steeds meer versnippert. Dit leidt tot inefficiënties in de bedrijfsvoering vanwege de verplichting om aan alle geldende regels, nationaal en Europees, te voldoen.

We beheersen het hierboven geschetste risico op twee manieren:

  1. Het nauwkeurig volgen van de reguleringsontwikkelingen op Europees en op nationaal niveau. Waar mogelijk proberen we de ontwikkelingen te beïnvloeden. In het geval van nieuwe regulering zorgt de onderneming dat zij tijdig aan deze verplichtingen voldoet.
  2. GasTerra legt in gesprekken met regeringsleiders en EU-leiders de nadruk op de noodzaak van een eenduidig Europees energiebeleid om de versnippering tussen EU-lidstaten terug te dringen.

Voor de energiesector heeft de Europese Commissie in 2011 Regulation in Energy Markets Integrity and Transparency (REMIT) ingevoerd. In deze sectorspecifieke verordening is een verbod op handel met voorkennis en marktmanipulatie opgenomen. Als GasTerra beschikt over informatie die mogelijk als voorkennis kan worden aangemerkt, worden veiligheidshalve alle handelsactiviteiten gestaakt. Pas als de informatie op de website openbaar is gemaakt, worden de handelsactiviteiten weer hervat. In 2015 heeft GasTerra 16 keer een dergelijke publicatie op zijn website geplaatst. In het kader van REMIT moeten marktpartijen sinds 2015 alle deals die gesloten zijn op zogenaamde ‘organised marketplaces’ zoals beurzen rapporteren. GasTerra heeft de nodige procedures geïmplementeerd om hieraan te voldoen. Momenteel bereiden we ons voor om aan de verplichtingen te voldoen om in 2016 de overige contracten – die buiten de organised marketplaces zijn gesloten - ook te rapporteren.

Eveneens relevante Europese regulering is de Markets in Financial Instruments Directive (MiFID). MiFID bestaat sinds 2004 (MiFID I) en is in 2014 herzien (MiFID II). De relevante secundaire regelgeving wordt momenteel ontwikkeld. Het nieuwe regime zou van toepassing worden per 3 januari 2017, maar deze datum wordt waarschijnlijk met een jaar uitgesteld. Onder MiFID I geldt een algehele vrijstelling voor energiebedrijven die niet bestaat onder MiFID II. Het gevolg hiervan is dat bepaalde verplichtingen van toepassing zullen zijn voor energiebedrijven die in financiële instrumenten handelen zoals bijvoorbeeld rapportage- en record keeping verplichtingen. Aanvullende verplichtingen, met name gedragsregels en kapitaalvereisten, worden van toepassing indien energiebedrijven onder MiFID II een vergunning moeten hebben. Een verplichte MiFID II-vergunning voor energiebedrijven kan als gevolg hebben dat de liquiditeit van gashandelsplaatsen negatief wordt beïnvloed – wat GasTerra’s handelsmogelijkheden beperkt. GasTerra hoopt in dit verband gebruik te kunnen maken van de zogenaamde nevenactiviteitvrijstelling. De Europese financiële toezichthouders en de Europese Commissie werken momenteel aan de definitie van “nevenactiviteit” onder MiFID II. Nadere besluitvorming wordt verwacht in 2016.

Transportregulering

Met ingang van 1 november 2015 is in Europa de netwerkcode Capacity Allocation Mechanisms (CAM) ingevoerd. In Nederland was deze code al grotendeels in 2014 van kracht geworden ingevolge een vervroegd implementatietraject. CAM houdt in dat op grenspunten zoveel mogelijk gebundelde capaciteit aangeboden wordt via het Prisma Platform. Slechts wanneer ongelijke capaciteit aan beide zijden van de grens wordt aangeboden, kunnen TSO’s ongebundelde capaciteit aanbieden. Deze bundelingsverplichting maakt het moeilijker om ongebundelde capaciteit te verwerven, die nodig is om de eigen, in het verleden geboekte capaciteit te kunnen matchen. Die problemen ontstaan met name als TSO’s aan beide kanten van een grenspunt met ongelijke technische omstandigheden werken. GasTerra heeft dit issue actief onder de aandacht gebracht van de betrokken autoriteiten. Een concrete oplossing is helaas nog niet gepresenteerd.

Een andere ontwikkeling die voortvloeit uit CAM, is dat sinds 1 november 2015 op grenspunten within-day-transportcapaciteit wordt geveild. Al langer werd op vaste momenten jaar-, maand- en dagcapaciteit op het Prisma-platform geveild, maar momenteel dus ook continu voor within-day-transportcapaciteit.

Op het gebied van regulering werkte Europa in 2015 verder aan de netwerkcode Tariffs (TAR NC). Het doel van deze code is om een geharmoniseerde tariefstructuur te creëren. GasTerra volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en denkt mee over de inhoud en implementatie. Onze onderneming is van mening dat transporttarieven de kosten moeten reflecteren en transparant en voorspelbaar dienen te zijn. Wat betreft dat laatste, voorspelbaarheid, is GasTerra voorstander van de mogelijkheid om transporttarieven voor de duur van een transportboeking overeen te komen.

Samenvatting resultaten

  2015 2014
Inkomsten en kosten in miljoenen euro’s    
Netto-omzet 14 740 19 501
Gasinkoop 14 119 18 820
Transportkosten 532 569
     
Resultaten in miljoenen euro’s    
Resultaat voor belasting 48 48
Netto-winst 36 36
Dividend 36 36
     
Overige financiële gegevens    
Investeringen (in miljoenen euro’s) 3,2 6,3
Liquiditeitsratio 1,1 1,1
     
Balansgegevens ultimo jaar, in miljoenen euro’s    
Balanstotaal 2 353 3 747
Eigen vermogen 216 216
Kortlopende schulden 2 137 3 531
     
Verkochte volumes in miljarden m3    
Totale afzet 70,3 81,3
-Nederland 27,3 34,3
-Overig Europa 43,0 47,0
     
Personeel ultimo jaar, in fulltime-equivalenten    
Eigen medewerkers 169 179
     
Veiligheid & gezondheid    
Ziekteverzuim (in %) 2,1 2,1
Gemiddelde verzuimfrequentie 1,1 1,1
Interview met professor Catrinus Jepma, hoogleraar Energie en Duurzaamheid

Interview met professor Catrinus Jepma, hoogleraar Energie en Duurzaamheid

Prof. dr. mr. Catrinus Jepma (1953) is sinds 1977 in diverse functies verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), de Open Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Op deze universiteiten vervulde hij sinds 1988 diverse hoogleraarsposities. Sinds 2005 bekleedt hij de leerstoel Energie en Duurzaamheid aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de RUG. Hij was ook wetenschappelijk directeur van het inmiddels afgeronde Nederlandse gas research programma EDGaR. Jepma, afgestudeerd econoom en jurist, is verder werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Energy Delta Institute. In zijn onderzoek richt hij zich met name op het vraagstuk van de energietransitie. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam staan en begeleidde vele promovendi. Hij was lead author van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).

Lees het interview met Catrinus Jepma

Interview met professor Catrinus Jepma, hoogleraar Energie en Duurzaamheid

Een tweede leven voor gas

Catrinus Jepma

De gassector staat onder druk. In Nederland heeft het imago van het product zwaar te lijden, vooral als gevolg van de problemen rond de gaswinning in Groningen. De Europese Unie stelt zich ambivalent op tegenover (aard)gas. Aan de ene kant is het beleid van de Europese Commissie gericht op uitbreiding en versterking van de infrastructuur om de voorzieningszekerheid op lange termijn veilig te stellen; aan de andere kant wordt aardgas behandeld als een energiebron waar we om geopolitieke, economische en ecologische redenen zo snel mogelijk vanaf moeten. Professor Catrinus Jepma, eminent wetenschapper op het gebied van energietransitie en de rol van gas in de energiemix, ziet het allemaal met lede ogen aan.

‘Het belang van gas voor de toekomstige energievoorziening van Europa wordt systematisch onderschat. Wat zijn de feiten? De twijfel over de toekomstige inzetbaarheid van kernenergie blijft. De positie van kolen is slechter dan ooit; de uitfasering van kolencentrales in Europa lijkt mij onvermijdelijk. Maar ook in andere werelddelen zoals Azië beseft men dat men om de luchtkwaliteit in de steden te verbeteren van de kolenstook af moet. Alleen gas kan het gat opvullen dat daardoor valt. Verder meen ik dat olie om dezelfde reden zijn beste tijd heeft gehad. Gas, inclusief waterstof, heeft in het transportsegment daarom een enorm potentieel. Ik zou de oliemaatschappijen van harte aanbevelen daar eens serieus werk van te maken. Kortom, er is een tweede leven voor gas. 

Kunnen duurzame bronnen de rol van alle fossiele brandstoffen, dus ook gas, niet snel overnemen?

‘Nee, dat kunnen ze niet. Duurzaam groeit, maar lang niet snel genoeg. Te duur. Dat los je niet op met subsidies. Operationele subsidies op hernieuwbare bronnen zijn niet te handhaven. Alleen het beleid om subsidie te verlenen op investeringen, research & development en innovatie kan het nog wel even uithouden. Duurzaam mag op dit moment maximaal de wind mee hebben, maar dat blijft niet zo. De kosten van verduurzaming zijn eenvoudigweg nog te hoog.’

Dwingt het politieke klimaat en de maatschappelijke druk om de energievoorziening klimaatneutraal te maken de bedrijven niet om volop te investeren in hernieuwbare bronnen, ondanks de financiële risico’s?

‘Het moet wel betaalbaar zijn. Duurzaam kan alleen maar blijven groeien als de energiebedrijven met hun conventionele centrales de onbetrouwbaarheid van hernieuwbare bronnen zoals zon en wind kunnen opvangen. Dat vereist een ander business model, dat de continuïteit van die bedrijven veiligstelt. Er zal betaald moeten worden voor het aanhouden van reservecapaciteit voor de momenten dat de wind niet waait en de zon niet schijnt. Gas, dat relatief schoon is, zal de ruggengraat van dit systeem moeten vormen en daarom naar mijn overtuiging nog zeker 30 jaar onmisbaar blijven.’

Kunnen innovatieve opslagsystemen de rol van de energiebedrijven niet overbodig maken?

‘Uiteindelijk wel, maar we zijn nog lang niet zover. We hebben nu kosteneffectieve transport- en opslagsystemen nodig. Gas heeft op dit punt de beste papieren. Energie opslaan in de vorm van gas is kostentechnisch superieur, ondanks de hoge prijs van conversie naar waterstof, methaan en syngas. Ik denk trouwens dat die conversie fors goedkoper kan. Vergelijk het met zonnepanelen. Die kosten ook steeds minder. 

U baseert zich op wetenschappelijke feiten maar steeds meer opinieleiders lijken desondanks zo snel mogelijk van het gas af te willen.

‘De simplificatie van het energiedebat is zorgelijk, in het bijzonder in Nederland. Gas is aardbevingen; aardbevingen zijn slecht, dus gas is slecht. Duurzaam daarentegen is goed. En elektriciteit is schoon. Dat slechts een kwart van onze energiebehoefte uit elektriciteit bestaat en dat we om elektriciteit te maken voor het grootste deel afhankelijk zijn en voorlopig blijven van niet-duurzame bronnen wordt nauwelijks beseft. Ook door degenen die beter zouden moeten en kúnnen weten. Een auto die op groen gas rijdt, is schoner dan een elektrische auto, maar de beeldvorming is anders.’

Wat is de oplossing?

‘De gassector mag zich om te beginnen wel wat weerbaarder opstellen. De media gaan vrijwel volledig mee in het eenzijdige verhaal. We moeten bovendien af van het nationale capaciteitsdenken, het dwaze idee dat een land als Nederland zelf net voldoende capaciteit moet hebben om in zijn stroombehoefte te kunnen voorzien. In de discussie over het sluiten van moderne kolencentrales speelde dat ook weer mee. Nederland heeft overcapaciteit, dus kunnen die centrales wel dicht. Dat we deel uitmaken van een steeds verder integrerende Europese stroom- en gasmarkt en dat die nieuwe Nederlandse centrales vooral voor de Duitse markt zijn gebouwd, wordt genegeerd omdat het even niet uitkomt. Het integratieproces gaat door, met nieuwe interconnecties, meer liquiditeit op de markten.’

Maar de EU-lidstaten hebben toch onderling afgesproken dat zij zelf emissiereductiedoelen moeten realiseren. Dat dwingt ze ook om een nationaal beleid te voeren.

‘Dat weet ik maar doe het dan waar het kosteneffectief is. En begrijp dat het denken over autarkie in dit verband onzinnig is. Klimaatverandering is een mondiaal vraagstuk. Het maakt niet uit waar je de emissies reduceert. Je kunt dat het beste doen waar dit het goedkoopst is en het meeste oplevert; dit was een centraal onderdeel van het Kyoto Protocol. Het lijkt echter wel of we die notie zijn kwijtgeraakt. Waarom helpen we Afrika niet om zijn energiesysteem te moderniseren? Waarom zouden wij hier het goede voorbeeld moeten geven? Dat is niet rationeel.’